Elektrische voertuigen staan vandaag in het middelpunt van de belangstelling. Maar Renault laat de sportieve bestuurder niet in de kou staan en zet de traditie van kleine sportieve auto’s verder. Een traditie die teruggaat tot de 4CV 1063. Het recept is nochtans simpel: kies een kleine en polyvalente auto, stop er een krachtige en toerentalgeile motor in, zorg voor een uitstekend onderstel, ...en klaar is kees! Renault zorgt bovendien dat er voor iedereen wat wils is. De GT is eerder pittig en ‘low-cost’ terwijl de RS kracht te over heeft.
Foto: vroom
De RS is zonder twijfel een van de best presterende sportieve kleine auto’s. Het onderstel is ongelooflijk goed. Op voorwaarde dat je de hoge toeren niet schuwt, is de motor ontzettend krachtig. Voor dagdagelijks gebruik is de ophanging te hard, maar als je door de auto bent gebeten neem je er dat graag bij. De GT is helemaal anders. Het onderstel is een mooi compromis tussen comfort en wegligging, maar de motor valt tegen. In de lage toeren komt hij koppel tekort waardoor je niet vlot kan hernemen. En dat is toch een van de belangrijkste criteria voor een GT. Misschien zullen de fans het ons nooit vergeven, maar in dat geval kan je maar beter voor de diesel kiezen. Op voorwaarde dat je zonder de knappe motorsound kan en geen toerenteller mist die constant rond 7.000 omwentelingen per minuut hangt.
Lees de volledige test op vroom.be.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

