Het leven van een cabriobezitter valt niet mee. De auto is gedurende het halve jaar niet volledig te benutten en wanneer je eindelijk zomervakantie hebt is het slecht weer. Daarnaast klaagt ‘de vrouw’ over haar verwoekerde kapsel, kunnen de achterpassagiers zich niet meer verstaanbaar maken en blijk je ‘s avonds flink verbrandt uit te stappen. Dat moet toch anders kunnen tegenwoordig? Klopt. En daarom gingen wij op pad met de Mercedes E-klasse Cabriolet. Mercedes heeft een lange historie op het gebied van open rijden. Sterker nog; de eerste auto die het bedrijf ooit produceerde – de eerste auto die überhaupt gebouwd is - was een cabriolet. Hoewel het dakloze uiterlijk destijds nog een kosten- en tijdbesparing was, werd de cabriolet later een symbool voor rijkdom. Een imago kreeg het type auto opgespeld door het onpraktische karakter, de prijzige dakconstructie en het ‘ik-wil-gezien-worden’-vooroordeel. Maar vooral op het eerste punt is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt. De komst van de stalen dakconstructie (1ste generatie Mercedes SLK | 1997) en de introductie van Airscarf (2de generatie SLK | 2004) hebben hieraan flink bijgedragen. Met de introductie van de E-klasse Cabriolet presenteert het Duitse merk haar nieuwste wapen in de strijd tegen de elementen: Aircap. Een comfortverhogend systeem dat verderop in dit artikel de revue nog uitgebreid zal passeren. 
Lees de volledige test op Autowereld.com
| < Vorige | Volgende > |
|---|



