‘Drive the change’, zegt Renault, maar de Mégane Coupé-Cabriolet is eigenlijk niet zo heel anders dan zijn voorganger. Want in grote lijnen is alles hetzelfde gebleven: de smaakmaker van deze Franse cabriolet is nog steeds het elektrisch inklapbare dak met groot glasoppervlak. Een mooie constructie die je ook direct onder de hemel laat zitten als je niet met de kap open wilt rijden. Inmiddels is de hype van die grote, zware klapdaken weer een beetje overgewaaid, zodanig dat merken weer terugkeren naar het klassieke stoffen dak, maar op zich gaat de Mégane netjes met de bekende beperkingen om. De bagageruimte heeft bij een ‘coupé-cabriolet’ traditioneel fors te lijden onder een ingeklapt dak omdat die ook ergens een plekje moet krijgen, maar jassen en tassen kun je prima in de verkleinde – bagageopening kwijt. Het duurt 21 seconden voordat het dak open of dicht is, net wat te lang om het even voor een stoplicht te doen. Rijdend openen of sluiten kan helaas niet.

Renault gaf ons de sleutels van een uitvoering met 2,0-liter dieselmotor, een krachtpatser van 118 kW die zonder enige moeite de 1.525 kg zware cabrio in beweging krijgt. Jammer genoeg heeft Nederland weinig aan die wetenschap, want de importeur vindt hem te weinig aantrekkelijk voor onze CO2-gefixeerde markt. We rijden morgen met de 1.4 TCe, een benzinemotor die waarschijnlijk veel vaker emplooi zal vinden in voor Holland bedoelde C-C’s. Wat rijden betreft is er weinig klagen over de Mégane. Je voelt zijn gewicht wel, zeker in bochten, maar het is een comfortabele auto waar – zoals zo vaak tegenwoordig – het windgeruis en bandengeluid de boventoon voeren, en niet langer de motor. De besturing is fijn: er zit duidelijk meer gevoel en gewicht in dan in Méganes van enkele jaren terug.
Lees de volledige test op het Autonieuws.nu
| < Vorige | Volgende > |
|---|



